Het zou een winderige grijze vrijdag worden. Koud en bewolkt, net voor Pasen. Dan is er gegarandeerd niemand in Het Vinne.
In het zuiden zat er een stel torenvalken bij de uilennest. Ik had ze eerst niet gezien, zij mij wel. Maar ze vlogen niet weg, vreemd gedrag, maar het is natuurlijk broedseizoen en dan moet je je ding doen natuurlijk. Weldra zijn er jonge torenvalken…
Ze vlogen van de ene boom naar de andere, steeds in de buurt blijvend en lieten zich wel heel gemakkelijk fotograferen.
Meer als een uur heb ik kunnen oefenen, met de 800 mm zo lang omhoog houden, spot meting testen, sluitertijden testen, 1.4 tc testen en met 800 mm dan gaat je al snel nr f 10 moeten om de nodige scherptediepte the hebben als je zo kort bij staat.
In al die tijd geen mens gezien in Het Vinne, topdag.
Het noorden, aan de noordelijke spottershut, is precies een hotspot voor bijzondere ontmoetingen dit jaar.
Er was al de zwarte ibis, de roerdomp, de blauwborst, de vos en dan vrijdag was er de prachtige rode wouw.
Zoals steeds kijk ik niet genoeg omhoog, wat vreemd is als je vogels wil fototgraferen, want die vliegen wel eens. En net zoals met de buizerd een paar weken geleden verraste deze me ook door plots net boven me langs te vliegen, heel laag dan nog.
Dan begint het reguliere stress gedoe want veel tijd heb je niet. Lens de lucht in, mikken met de 800 en das al een kunst zeker met een TC.
Gelukkig had de rode wouw wat medelijden en keerde hij terug en maakte een prachtige bocht net voor de lens, oef gelukt…